woensdag 20 maart 2013

Pepijn




Morgen wordt onze Benjamin vier jaar. Weg peuter en hallo kleuter. Vier jaar is een mijlpaal. Vanaf dat moment ben je 'rijp' voor school. Ik weet nog heel goed dat Julian en Finn naar school gingen. Ze waren er aan toe. Hoe anders ligt dat met Pepijn.

Pepijn heeft ESM. Dat klinkt best erg. En zo heel erg is het nu ook weer niet. ESM staat voor Ernstige SpraakMoeilijkheden. Hij heeft een behoorlijke taal/spraakachterstand. In de praktijk betekent het dat hij praat op het niveau van een twee en een half jarige. Ongeveer. Hij maakt zinnen, maar die bestaan uit enkele woorden. En die woorden spreekt hij ook nog eens vaak verkeerd uit. Hij kan niet echt vertellen wat hij heeft gedaan op school. Of wat hij onderweg heeft gezien. Of wat hij graag voor zijn verjaardag wil. Hij kan niet echt spelen met leeftijdsgenootjes, want die begrijpen hem niet. Pepijn kan dan ook niet naar regulier onderwijs. Hij zou simpelweg verdrinken in een klas met 25 tot 30 kinderen. Hij kan niets vertellen in de kring. Hij kan niet meedoen met veel activiteiten. En hij kan alleen aan de juf duidelijk maken dat hij in de bouwhoek wilt spelen als ze veel geduld en vooral veel tijd voor hem heeft. Dat eerste heeft een kleuterjuf waarschijnlijk wel, maar het tweede niet.

We zijn bezig om een rugzak aan te vragen voor hem zodat hij naar speciaal onderwijs kan. Gelukkig bestaat er een basisschool hier in Alphen voor kinderen met deze problematiek. Er is zelfs al een speciale peutergroep opgericht waar Pepijn nu ook al drie dagdelen naar toe gaat. Daar zitten speciaal opgeleide medewerkers, een logopedist en een orthopedagoog. Daar wordt langzaam gesproken en wordt de taal ondersteund met tal van gebaren. Het is ontzettend veel werk om een rugzak (eigenlijk: een cluster 2-indicatie) aan te vragen. Veel testen, rapportages en andere verslagen moeten worden afgenomen en ingevuld. Maar die hobbel is genomen en nu is het afwachten.

Pepijn krijgt goede begeleiding. Wij zijn als ouders op cursus om ook de gebaren te leren die hem in zijn taal kunnen ondersteunen. Er is een goede kans dat hij op de juiste plek goed onderwijs gaat krijgen. Pepijn lijkt tot nu toe niet echt te lijden onder zijn taalgebrek. Hij is er zelden boos of gefrustreerd onder. Hij gaat enorm vooruit en leert elke week veel bij. Maar toch...

Toch blijft het bij mij knagen. Waar komt deze achterstand vandaan? Zijn het gewoon een paar hersenonderdeeltjes die wat laat zijn met verbinden? Of is het meer? Is dit een voorbode voor bijvoorbeeld ernstige dyslectie? Of is het nog meer?

Ik heb een tijd gedacht dat Pepijn niet alleen achter liep met praten, maar met veel meer dingen. Een van de vereisten om een rugzak te mogen aanvragen is een iq-test. Mocht het iq namelijk te laag zijn, dan hoort dat kind op weer ander onderwijs thuis. Pepijn heeft ook deze iq-test gedaan. Mijn lichte vrees dat hij laag zou kunnen scoren, was niet terecht. Pepijn scoorde juist behoorlijk hoog. Hij zit daarmee op een zgn. 'begaafd' niveau en kan bepaalde opdrachten aan die een gemiddeld kind pas een klein jaar later zou kunnen.

Maar in het gesprek met de orthopedagoog die de test had afgenomen, kwamen ook andere zaken voorzichtig naar voren. Pepijn was weliswaar een harde werker, liet zich niet snel afleiden en kon goed geconcentreerd bezig zijn, er was ook moeilijk tot hem door te dringen. Hij bleef lang hangen in een denkfout en hij maakte nauwelijks (oog)contact. Ze liet heel voorzichtig de term autisme vallen.

Kort daarna had ik een gesprek over de eerste weken van Pepijn in de peutergroep. En ook daar werd voorzichtig aangekaart dat Pepijn erg in zijn eigen wereld kan zijn, dat hij vaak pas echt luistert of opdrachten uitvoert als je hem persoonlijk aanspreekt en aanraakt. Dat hij geen contact maakt met de andere kinderen uit de groep. Dat hij vaak niet meedoet met de liedjes. Dat hij je niet aankijkt. En ook daar werd heel voorzichtig geopperd dat autisme mogelijk zou kunnen zijn.

Daarna sprak ik een psycholoog die een hele boute uitspraak deed: 'Een hoog iq en een taal/spraakachterstand? 90 tot 95 % sprake van autisme.'

En daar worstel ik nu mee. Het is net of ik Pepijn door een andere bril bekijk. Alsof er een laagje over het beeld wat ik van hem heb is gelegd. Een grauwig laagje dat ik steeds weg wil poetsen, maar dat steeds terugkomt. Alsof er een andere mannetje in hem gekropen is.

Ik ben niet gek. Ik google. Of misschien ben ik wel gek en zou ik niet moeten googlen. Maar ik weet inmiddels redelijk wat over autisme. Het zijn niet allemaal 'Rain Mans'. Er zijn verschillende vormen en er zijn daarbinnen ook weer verschillende kenmerken. De een heeft dit sterker en de ander dat sterker. Er is wel degelijke en gevoelsleven, juist een heel rijk, gecompliceerd gevoelsleven en je kunt wel contact krijgen. Het is niet erg en niet zielig en je kunt er gewoon honderd mee worden.

Maar ik ben bang.

Bang voor de toekomst. Bang voor mijn eigen gevoelens. Bang hoe men tegen hem aan kijkt of aan gaat kijken. Ik ben bang dat het leven complex wordt voor hem. Dat hij geen raad weet met de wereld om hem heen. Dat hij koste wat het kost controle wilt houden, dat hij ongelukkig zal zijn en … STOP! Hij is nog steeds maar drie jaar. Hij is een blij, gelukkig, vrolijk mannetje vol fantasie. Hij geniet van kleine dingen om hem heen. Hij knuffelt met al zijn dierbaren en speelt eindeloos met van alles en nog wat. Hij wordt blij van muziek en danst erop. Hij maakt vrolijke tekeningen, hij helpt met kleine klusjes, hij is trots als hij zelf iets kan.

Er is geen diagnose gesteld. En ik denk dat dat voorlopig ook nog niet zal worden gesteld. Pepijn zijn eerste prioriteit is om goed te gaan praten. Onze prioriteit is om hem daarbij te helpen en om zichzelf te mogen en kunnen zijn. Want hij is fantastisch zoals hij is.





woensdag 13 juni 2012

Serieuze peuterpraat

Oké, het duizelt mij een beetje. Voorschool, extra logopedie, integrale vroeghulp, molenspreekuur, weerklank, consultatiebureau, huisarts, kno-arts, peuterspeelzaal... Allemaal instellingen en instanties waar ik met mijn peuter naar toe moet of waar ik informatie over opvraag of waar ik over nadenk of waar ik advies over krijg. Mijn peuter blijft namelijk behoorlijk achter in zijn spraak. Dat heb ik allang geleden geconstateerd, maar eerst werd het weggewuifd ('Hij praat de rest van zijn leven nog' of 'Hij is nog zo klein, het komt vanzelf wel') en daarna kreeg ik toch het advies om logopedie te gaan volgen, maar o, wat zijn die wachtlijsten lang! Nu heb ik a.s. vrijdag wéér een gesprek met het consultatiebureau. Ik kreeg een oproep voor het consult van drie jaar, zo'n drie maanden ná zijn derde verjaardag op 20 juni. Dat vond ik te laat wat betreft het gedeelte spraak. Als er dan iets geregeld moet worden, zijn alle instellingen en instanties voor minimaal twee maanden gesloten (immers: GROTE vakantie). Dus ik heb gebeld en gevraagd aan het lieve meisje van de klantenservice of ik eerder een gesprek zou kunnen hebben voor zijn spraak. Dat kon. Ze zei er alleen niet bij dat de afspraak op 20 juni geannuleerd werd en dat peuter óók gewogen, gemeten en getest werd. Zucht. Dáár had ik 'ukkepukje-ik-vind-alles-wat-nieuw-is-heel-eng-en-ik-ga-zeker-NIET-meewerken' niet op voorbereid. De paniek in zijn ogen toen hij uiteindelijk gedwongen werd te liggen om opgemeten te worden, dat nooit meer. Ik weet nu wel hoe lang hij is (99 cm), maar niet hoe zwaar. (En dat laat ik maar zo.)


Het gesprek met de wijkverpleegkundige viel ook erg tegen. Ze was best lief, aardig en welwillend. Maar ook wat onwetend, niet daadkrachtig en wat vaag. Ik kwam daar voor antwoorden welke kant ik op moet met peuter, de tijd begint immers te dringen. Ik ging weg met een nieuwe afspraak met de arts (die het beter kan beoordelen. Had dát nu even eerder bedacht!) en ik moest een vragenlijst invullen waaruit zij zouden kunnen opmaken of hij in aanmerking zou kunnen komen voor extra onderzoek. Ofzo. Ik knikte welwillend. Een vragenlijst leek me prima. Ik dacht aan een lijst waarop ik aan moest geven hoeveel woordjes hij kent, hoe zijn taalontwikkeling tot nu is geweest, of hij al zinnetjes maakt, wat hij wel en niet begrijpt. Maar het bleek te gaan om een paar vragen op een formuliertje die ik ook thuis had liggen en die met name ging over zijn slaap-, speel-, eet- en poepgedrag. Ik heb dat formulier ter plekke binnen drie minuten ingevuld. Dat ligt nu in zijn dossier en het zal me niet verbazen als dat er gewoon niet meer is. Ik zag al snel dat alleen zijn spraak achter blijft en zijn gedrag niet anders is dan bij een andere peuter. Volgens het consultatiebureau geven ze punten hij elke 'afwijking' en extra punten als je daar als ouder zorgen over maakt. Ik ben bang dat hij niet genoeg punten heeft gescoord om doorverwezen te worden...

Pas op de fiets terug naar huis, drong het goed tot me door dat ik níets was opgeschoten met het gesprek. Er is geen actie ondernomen, er is niet met mijn kind gepraat, er is niets geconstateerd. Het magere resultaat was dat ik een nieuwe afspraak had vijf dagen vóór de oorspronkelijke afspraak.


Morgen is het vrijdag, de dag van de afspraak. Ik hoop dan veel antwoorden te krijgen. Wat moet ik doen met mijn mannetje? Kan hij naar een voorschool of zijn de wachtlijsten té lang? Is er een andere school of instantie waar hij terecht kan? Moet hij onderzocht worden? Moet de logopedie intensiever worden? Soms denk ik dat hij ook wat achter loopt in zijn ontwikkeling. Komt dat door zijn gebrekkige communicatieve vaardigheden of niet? Komt dat door de vergelijking met zijn broers, die wél snel waren met praten en andere vaardigheden? Waren zij gewoon echt heel snel en voorlijk en is peuter wat langzamer waardoor het lijkt of hij achterloopt? Wat moet een kind van drie jaar en drie maanden eigenlijk al kunnen? En als er iets ondernomen wordt, moet ik dan van hot naar her met mijn kind? Het is een sensitief kereltje die erg moet wennen aan nieuwe mensen en situaties, voor je het weet ben je weer een paar weken verder eer je zijn vertrouwen hebt en resultaat kunt boeken....

Kortom, ik hoop en verwacht morgen veel antwoorden te krijgen. En dat er actie wordt ondernomen. Na de vakantie duurt het nog maar een half jaar voor hij naar school gaat. Dat is weinig tijd, erg weinig tijd. Kijk maar eens hoe snel de afgelopen drie jaar zijn gegaan:


vrijdag 8 juni 2012

Waarderen: het lelijke eendje

Mijn jongste zoon van drie heeft heel veel boeken. Zijn kast puilt uit, ze liggen op de grond, in een hoek en in zijn bed. Er zitten hele verantwoorde boeken bij. De 'must-haves' voor elke peuter, zeg maar. Literaire juweeltjes zijn het, met tekeningen van dé beste illustrators, geschreven door dé kinderboekenschrijvers uit binnen- en buitenland. Ik noem een Thé Tjong Khing, een Max Velthuis, een Fiep Westendorp, een Jet Boeke, een Annie M.G., een Eric Carle. 


Maar er zitten ook hele simpele boekjes bij. De boekjes die voor een paar stuivers bij het Kruidvat liggen of bij zo'n boekwinkel die alles opkoopt wat los en vast zit en dat vervolgens in goedkope panden met veel tl-verlichting dat weer probeert te verkopen. Boekjes die je even makkelijk in je tas stopt voor onderweg, als klein cadeautje voor een lange autorit of gewoon omdat je sowieso van boeken houdt en je je kind ook zoveel moois gunt. 


Eén van die goedkope boekjes is 'Het lelijke eendje'. Inderdaad, van dat sprookje. Het is een 'droomsprookjes kartonboek'. Kartonnen boekjes zijn heel fijn en handig voor peuterhandjes, ze gaan niet snel kapot en de bladzijden sla je heel gemakkelijk om. 



Op de voorkant staat een verdrietig eendje die de rug toegekeerd krijgt van moeder Eend en haar kuikens, maar boven hem slaat moeder Zwaan liefdevol en beschermend haar vleugels om hem heen. Kortom, een prachtig boek, mooie felle kleuren, fijne illustraties. Peuter pakt het boekje best vaak uit de kast. 

Ik koester dit boekje dan ook behoorlijk. En niet alleen vanwege het formaat, de illustraties, de kleuren en het klassieke verhaal. Het gaat mij vooral om het verhaal dat verteld wordt. Of liever gezegd, de manier waarop het verhaal verteld wordt. Lees mee en huiver. Het is werkelijk enorm hilarisch. Je moet even in je achterhoofd houden dat dit een boekje is voor peuters. Voor twee- en driejarigen. En al veel minder voor bijvoorbeeld vier- en vijfjarigen, waarvoor die kartonnen exemplaren vaak niet meer bedoeld zijn. Twee- en driejarigen hebben een beperkte woordenschat. Ze houden van kleine, simpele verhalen, Met weinig woorden en veel illustraties. Ze luisteren vaak niets eens echt naar het verhaal, maar wijzen op de bladzijden dingen aan die zij mooi vinden, een poes, een bloem of een auto. Goed, dat beeld heb je nu in je hoofd. 



Daar komt de tekst uit dit boekje (inclusief de taalfouten):

In een hoek op de het erf van een boerderij waren kleine eendjes geboren. Zij kwamen uit de  opengebroken eieren...maar...daar was een kleine...die staande voor moeder eend haar erg verbaasde. Zij zei: "Wat ben jij lelijk, mijn zoon!" Zijn broertjes bespotten hem en lachten hem uit om zijn lelijkheid. Hij was zo verschillend van de anderen dat zij het nodig vonden om te zeggen: "Hé jij! Ga weg hier vandaan. Je bent te lelijk om tussen ons te verblijven." Niemand vind mij aardig. "Ik ben zo lelijk!', Zei de kleine eend, starend in zijn spiegelbeeld in het water van het meer. De dagen gingen voor het eendje al huilend en eenzaam voorbij. Op een dag zag het kleine eendje een moeder zwaan in de rivier, met haar kleine zwaantjes. "Wat zie ik nu," sprak hij. "Zij lijken sprekend op mij." Het was werkelijk een schitterende verrassing voor hem. Weldra werd hij omringd door zijn nieuwe vriendjes. Moeder Zwaan kwam uit nieuwsgierigheid dichterbij en  trok zich het lot van het in de steek gelaten jonge eendje erg aan. Daarom vroeg ze hem zich bij hen te voegen. Hij was geen lelijk eendje meer. Hij was een schitterende en gelukkige zwaan. Nu begreep hij waarom hij toen hij jonger was zo verschillend was van hen waarvan hij dacht dat het zijn broers waren.'


Zijn het geen prachtzinnen? Er worden werkelijk schitterende woorden gebruikt om dit verhaal te vertellen. Vooral de laatste zin is een heerlijk toetje. Een echte uitdaging voor een ouder van een peuter. Ikzelf moest de laatste zin een keer of wat overlezen eer ik goed en wel begreep wat er stond, maar dat mag de pret niet drukken. Dat ligt waarschijnlijk aan mij en mijn ongeletterdheid. 



Nu weet ik waarom het boekje zo goedkoop was (0,89 eurocent). Ik vind het gewoon jammer dat ik de andere sprookjes uit deze serie niet heb. Ik ben zo nieuwsgierig hoe het taalgebruik daar is. Dit boekje mag nooit weg. Het is zo hilarisch, de plank is hier zo misgeslagen dat het heel erg grappig is geworden. Ik ben ook altijd weer blij als peuter dit boekje kiest. Ik mag de zachtjes voor mezelf de zinnen weer lezen en kan dan een lach niet onderdrukken. Ondertussen geef ik aan peuter mijn eigen simpele versie van het sprookje. En wijs hem op het vlindertje, het rupsje en de bloemetjes. 



dinsdag 29 mei 2012

Werk: wie wil er met mij werken?

Ik ben een miep, een twijfelkont, een muts. Ik wik en ik weeg. Ik denk dan weer dit en dan weer dat. Ik ga voor zus en voor zo. Maar is er is nog geen koe voorbij gekomen die ik bij de hoorns kan vatten, geen kwartje dat gevallen is, geen helder beeld, geen inzicht, geen zekerheid.

Wat moet ik nou?

Ik wil alles en ik wil niets.

Voor alle duidelijkheid: het gaat hier over mijn werkend leven. Datgene wat ik 'doe'. Dat wat mijn leven zin geeft, (naast die bloedjes van kinderen natuurlijk en mijn echtgenoot, vrienden, huis, familie, hobby's, liefhebberijen, passies...) waarvoor ik mijn bed uitkom en er 's avonds moe, maar voldaan er weer in rol.

Maar momenteel doe ik niets.

Ik ben werkeloos.

Ik ga maar eens het een en ander op een rijtje zetten. Structuur aanbrengen in de chaos in mijn hoofd. Misschien helpt dat. En een aantal voor en tegens tegen elkaar afwegen. Misschien helpt dat ook. En het maar eens opschrijven. Wellicht zou dat ook kunnen helpen. En misschien moet ik dat dan ook maar openbaar maken, via een blog of zo. Dat zou best eens kunnen helpen.

Ik wil:
a) een kinderboekwinkel beginnen
b) een (kinder)boek schrijven
c) een woonwinkel beginnen
d) een webwinkel openen
e) blogs schrijven
f) redacteur zijn
g) 'iets' met educatie, school, onderwijs. Het liefst 'iets' dat te maken heeft met taalonderwijs en taalontwikkeling
h) in een bibliotheek werken

Goed.

Eerst maar a. Voor een kinderboekwinkel moet ik geld hebben of los zien te peuteren van de bank. Ik moet tijd hebben om dat op zetten en om het rendabel te maken. Ik moet investeren en onderzoek doen. Ik moet 6 dagen per week in een winkel staan en 's avonds nog administratieve zaken regelen. Ik heb geen ervaring in een boekwinkel of met een winkel als zodanig. Ik heb drie kinderen die veel tijd vragen. Conclusie: open sollicitaties naar kinderboekwinkels in de buurt. Wellicht kan ik daar eens 'proeven' aan dit vak.

Dan b. Een boek schrijven. Dat kost tijd. Geen geld. Maar tijd is mij zeer kostbaar. Het is de vraag of het ook daadwerkelijk iets oplevert. Ik schuif hem door naar andere tijden wanneer alle kids naar school gaan. Een idee heb ik lekker al.

Vervolgens c. Op een of andere manier ben ik dol op woonmagazines, woonwinkels, woonblogs et cetera. Ik bak er zelf natuurlijk niets van, want mijn budget rijkt niet verder dan Ikea of Leenbakker en ik ben niet bepaald een 'opgeruimd' type, maar toch... Ik kijk en lees en kijk en droom en kijk en fantaseer en kijk en raak geinspireerd... Het laat me nooit los, ik wil er iets mee. Een woonwinkel beginnen kent dezelfde bezwaren als a, maar ik ga toch geen open sollicitaties naar woonwinkels schrijven. Straks kom ik terecht in een vreselijke winkel met allerlei 'landelijke' meubels, wil ik alleen maar neerploffen op die comfortabele fauteuils in plaats van ze te verkopen en moet ik allerlei verkooppraatjes gaan houden om mijn 'target' te halen. Dit blijft bij een fantasie, denk ik.

Nu d. Ik moet meteen aan Marianne Zwagerman denken, die mutsen met witte leggings veroordeelt, omdat ze denken een carrière te hebben, omdat ze een webwinkeltje beheren. Ze wil eigenlijk de vrouw van nu aansporen om echt werk te gaan doen, er voor te gaan, zich niet onder te laten doen voor de man en niet zo mutserig te gaan zitten wezen. Dacht ik. Of ik heb haar verkeerd begrepen. Even opzoeken....


Onverschrokken leven dus. Blijkbaar leef ik nu erg verschrokken. En bloeddorstig wil ik echt niet zijn. Nou ja, alsof ik me iets aantrek van welke muts dan ook. Een webwinkel dus. In woonaccessoires of zo. Of in kinderboeken. Of in iets heel anders, een gat in de markt die ik nog moet ontdekken. Ik wil het best wel eens proberen. Ik ben alleen bang dat er al zoveel webwinkeltjes zijn. Dat ik niet opval in de massa. Dat ik niet bijzonder genoeg ben. Dat ik geen opslagruimte heb, geen tijd heb om het bij te houden, niet genoeg commercieel inzicht heb, geen dreigende brieven durf te sturen wanneer men niet betaald.. Pfff. Kan iemand die apen en beren voor me weghalen die op mijn weg staan? Ik laat deze optie nog even een tijdje in de hoeken van mijn hersenen ronddwalen, hij is nog niet afgeschreven.

Ik ga verder met e. Blogs schrijven. Eigenlijk bedoel ik gewoon schrijven. Stukjes, columns, blogs, dagboeken, wat dan ook. Want ik houd van schrijven. Van het nadenken erbij, de rust die er voor nodig is, het geluid van het typen op het toetsenbord. Van het overlezen en overlezen en overlezen voor ik weer verder kan. Ik houd van het ritme van de woorden en de zinnen. Ik houd van het componeren met de woorden tot lekker leesbare zinnen. Ik houd van het knipperende cursortje die geduldig wacht voor ik weer verder ga. Ik houd van de cadans van de taal, het golven van de woorden voor ze zinnen worden. Ik houd van de taalgrapjes, de taaldingetjes, de taal an sich. Ik vind het interessant wat taal met me doet, wat taal met anderen doet. Ik houd van letters, van zinnen , van alinea's en van verhalen. Van boeken en van bibliotheken. Ik zal altijd blijven schrijven, vrijwillig of onvrijwillig, betaald of gratis. Ik heb al een potje lucht staan waarmee ik mijn tekstbureau nieuw leven kan inblazen. Misschien wordt het tijd om het potje te openen.

Goed f dan. Redacteur zijn. Dat wil ik wel en dat wil ik niet. Ik heb nl. nogal wat eisen bij dat redacteur zijn. Ik wil wel interessante zaken 'redacteuren', geen saaie juridische kwesties, waar ik de ballen van snap, geen vakgebieden met hoogdravende taal, bestemd voor een beperkt publiek. Ik verdenk veel redacties ervan dat er 'interessante doende' mensen zitten die ik niet zo goed uit kan staan en waar ik me ongemakkelijk bij zou kunnen voelen. Ik wil dichtbij huis werken, vanwege die bloedjes van kinderen die me nodig hebben. Ik wil er blij en enthousiast van worden, ik wil meewerken aan het maken van iets moois, ik wil creatief zijn en lekker kunnen schrijven. Ik wil misschien wel vanuit huis werken, omdat dat zo vreselijk fijn en handig en makkelijk is en ik zo lekker door kan werken. Ik wil niet op rare tijden werken (die bloedjes van kinderen, weet je wel), al zou zaterdag wel weer kunnen. Ach, ik solliciteer maar rustig door op alle redactionele banen die langs komen. Soms zitten er bloedmooie tussen!

Volgende punt: g. Iets met school, met educatie, met taalonderwijs. Kijk, ik heb Nederlands gestudeerd. Niet omdat ik nu zo goed weet waar de t en de d horen of hoe je een zin moet opbouwen. Maar omdat ik  taal zo interessant vind. Taal als communicatiemiddel, taal als basis voor je hele leven, taal als verbindend element tussen mensen. Ik vind het interessant wat taal met iemand doet, hoe taal wordt aangeleerd, hoe men met taal omgaat. Ik kijk niet neer op mensen die de taal 'verkeerd' gebruiken en hun zeggen in plaats van zij. Dat is juist boeiend, taal is bijna een levend iets, iets wat aan verandering onderhevig is, iets wat golft, stroomt en op en neer beweegt. En ik houd van kindertjes en hun eerste stappen op taalgebied, het ontdekken van letters, het praten in steeds vollere zinnen, het uitleggen in hun eigen woorden, vaak heel creatief en eigen. Daar wil ik dus iets mee. Ik heb er al even aan geproefd door mijn ervaring als onderwijs-assistent op een VVE-school (VVE = Voor- en Vroegschoolse Educatie, daar waar men aandacht heeft voor taalzwakkere kinderen en hen door middel van het aanbieden van veel taal proberen op te krikken om hen een goede basis mee te geven voor ze gaan lezen en schrijven), waar ik met veel plezier gewerkt heb. Ik vond het fijn om met de kinderen aan de slag te gaan, om sowieso met ze te werken, omdat ze zo vreselijk leuk zijn. Ik vond het mooi om te zien hoe ze steeds meer kennis kregen en hoe hun woordenschat omhoog vloog. Ik genoot van hun spel, hun eigenwijsheden, van hun creativiteit en hun eigenheid. (Ach, ik mis ze zo) Het is werk onder mijn niveau, maar voorlopig vind ik dat prima. Ik heb dus al een hele rits open sollicitaties geschreven naar onderwijsinstellingen in Alphen. Tot nu toe zonder resultaat.

Punt h heb ik er later bijgeschreven. Ik vind bibliotheken ook vreselijk interessante instellingen. Al die boeken, netjes in rijen in een kast. Hun taak om de mens voor te lichten, te onderwijzen en hen te wijzen op het plezier van lezen, het belang ervan... Ik heb ze ooit aangeschreven. En er nooit meer iets van gehoord. (Wat is dat toch met al die bedrijven en instellingen die gewoon niet reageren op open sollicitaties?) Eens kijken of ik moed heb om ze weer aan te schrijven.

(Oja, ik zou ook wel een eigen uitgeverij willen beginnen, met alles wat ik mooi, boeiend en interessant vind... Maar ook dat lijkt me niet geheel realistisch op dit moment.)

(En kunstschilder wil ook worden. Of beeldhouwer. Of fotograaf. Of beroepsknutselaar) (Maar dat doe ik wel als ik 65+ ben)

(En reisschrijfster. Op reis gaan en er over schrijven. Lijkt me fantastisch. Maar zo niet haalbaar met drie jongens zonder avontuurlijk gevoel. Ze juichten om het hardst toen we vertelden dat we dit jaar in Nederland op vakantie zouden gaan)

Maar wat moet ik nu? Het is crisis. Subsidies worden stopgezet. Potjes zijn leeg. De broekriem moet worden aangetrokken. De werkeloosheid stijgt. En daar wankel ik tussen. Hier en daar leurend om een baantje. Smekend bijna, omdat het aan me knaagt. Ik kan me niet permitteren om thuisblijfmoeder te zijn. Ik draai al vele dubbeltjes om. Ik moet aan de slag. Voor het geld. Voor de overheid. Voor het goede voorbeeld van mijn kindjes. Voor mijn eigen geluksgevoel. Omdat ik nodig ben en omdat ik me nuttig kan maken. Omdat ik kwaliteiten heb. Omdat ik opgeleid ben.

Ik ga een oproep doen. Let op:

Wie wil met mij werken? Ik ben leuk, aardig, schrijfvaardig, creatief, lief en en geduldig. Ik wil schrijven, onderzoeken, lezen, voorlichten. Ik kan typen. Ik ben slim en grappig. Ik denk mee, denk na, denk veel. Ik ben redelijk stressbestendig, flexibel en belezen. Ik woon in 0172, Alphen aan den Rijn, midden in het groene hart. En: ik kan uit de doos denken. Echt waar. En ik ben een muts. Maar ik heb geen witte leggings. 


Zo en dan ga ik nu verder werken aan mijn cv. Dank voor het lezen, dank voor het delen, dank voor het meedenken! 







woensdag 2 mei 2012

Waarderen: 10 jaar

'Ik kan niet slapen, mam.' Het is bijna 10 uur. 'Ik kan niet slapen, omdat ik steeds aan morgen moet denken'

Morgen is het 3 mei. Morgen is hij jarig. Morgen is hij een tiener.

Morgen ben ik ook tien jaar moeder. 10 jaar! Ik kan het nauwelijks geloven. Soms kan ik zelfs nauwelijks geloven dat ik sowieso moeder ben. Moeder, dat is voor later, voor oude mensen, voor vrouwen met knotjes en rokken. Maar toch ben ik het al tien jaar. Tien jaar moeder van Julian.

Ik ga hier niet vertellen over de afgelopen tien jaar. Over dat iedereen dacht dat we een meisje zouden krijgen, over de bevalling die lang duurde en heftig was, over de verwondering die ik voelde toen hij er eenmaal was. Over de roes van die eerste maanden, waarbij ik mezelf nauwelijks herken van de foto's die in die tijd zijn gemaakt. Over zijn eerste stapjes, zijn reis met ons naar Nieuw-Zeeland toen hij anderhalf was en steeds 'aapje!' riep bij elke schaap die hij zag. Ik ga niet vertellen over zijn schattige peuterperiode waarbij elke regenworm in zijn kleine mollige handjes uitgebreid bestudeerd werd. Of over zijn eerste schreden in de kleuterschool waarbij hij niet mee mocht voetballen met de 'grote' jongens die woorden tegen hem zeiden die hij niet kende ('Wat betekent sukkel, mama?'). Over de haat-liefde relatie tussen hem en zijn twee jaar jongere broertje. Over zijn gevoeligheid, zijn aanhankelijkheid, zijn eigen kijk op de wereld. Ik ga ook niet vertellen over de bijna magische manier waarop hij met zijn zeven jaar jongere broertje omgaat. Over zijn eigen zoektocht in deze ingewikkelde wereld waarin hij houvast zoekt en de controle wilt houden. Dat ga ik niet doen, want dat zou teveel ruimte in beslag nemen. 

Nee, ik ga vertellen hoe goed het met hem gaat. Hoe lekker hij in zijn vel zit. Hoe goed hij weet wat hij wel en niet wil. Hoe goed hij mee kan komen op school en hoe makkelijk hij de stof tot zich neemt. Hoe ook zijn spelling steeds beter wordt, zijn handschrift netter en zijn wil om zijn kamer netjes te houden steeds groter wordt. Hoe grappig hij kan zijn, vrolijk en onbezonnen. Ondeugend soms en nieuwsgierig. Hoe hij opgerold op de bank de Donald Duck kan lezen, hoe hij samen met zijn twee jaar jongere broer ingewikkelde spelletjes bedenkt, die alleen zij twee snappen. Hoe gezellig hij het vindt om samen iets te bakken of klaar te maken. Hoe hij met zijn vrienden omgaat, met zijn jongste broertje speelt en hoe hij elke avond tegen me zegt dat hij van me houdt. 

10 jaar mooie, lieve, vrolijke, gekke, nieuwsgierige, gezellige Julian. Ik kijk naar hem terwijl hij inmiddels in ons bed ligt. ('Ik kan echt, echt niet slapen, mag ik alsjeblieft in jouw bed liggen?') Zijn wangen rozig, zijn ademhaling zacht en regelmatig. Mijn zoon. Al tien jaar. Ik kan het niet geloven. 




zondag 4 maart 2012

Wonen: Monsters

Zondagmiddag, bijna zes uur. Etensgeuren walmen naar boven. Ik zit achter de computer met links en rechts naast me twee tekenende jongetjes. Ze maken monsters. 'Het gigadrieoogmonster', bijvoorbeeld. Of de 'giga-inpactmiljoenoger'. Julian van negen tekent rustig en beheerst. Finn van zeven tekent wild en ongecontroleerd. Hij zit volop in zijn fantasie en in zijn spel. Daarna lezen ze met me mee en ik moet zinnen die al geschreven zijn weer wissen. Niet dat ik er iets van begrepen heb. Ze tekenen weer verder. Ze barsten van de fantasie en creativiteit. Er wordt geroepen dat het eten klaar is. Met moeite weet ik ze van hun blaadjes af te krijgen.

Het eten is op. Jongste kind ligt te slapen. Middelste kind ligt te lezen in bed. Oudste kind staat onder de douche. Naast me liggen de vreemdste monsters. Ze zijn wild, woest en angstaanjagend. Maar ook prachtig.

 Julian
Julian










Finn
Finn

Pepijn van twee tekent ook graag. Treinen, auto's, bomen, de zon. En papa. Het is net een monster.

vrijdag 24 februari 2012

Waarderen: broccolisoep

Ik houd van broccoli. Het supervoedsel. Goed voor lijf en hersenen. Zeggen ze. Ik houd vooral van broccoli, omdat het zo'n prachte on-Nederlandse naam heeft. Broccoli is de meervoudsvorm van broccolo, dat betekent in het Italiaans 'jonge scheut'. Ik houd ook van broccoli, omdat het er zo mooi uitziet. Fris groen, met piepkleine frummelblaadjes of bolletjes. Heel anders dan zijn Hollandse nichtje bloemkool (Ja, bloemkool is vrouwelijk, een echte Hollandse boerenmeid: blank, ietwat grof en zonder fratsen.).

Mijn gezin houdt niet van broccoli. De kinderen hebben een natuurlijke walging van alles wat groen en gezond is. Broccoli valt daar dus ook onder en het helpt ook niet mee dat hun vader er ook niet zo dol op is. Ik verstop het dus soms, in de lasagne ofzo. Afgelopen week had ik het ook in huis gehaald. 'We eten toch geen broccoli?', vroeg oudste zoon, zijn neus al optrekkend. 'Nee, ik ga er soep van maken', zei ik. Hij keek verheugd. Soep is hier in huis iets voor volwassenen. Hij eet af en toe anderhalve lepel tomatensoep, de andere twee beginnen niet eens aan warme, vloeibare groente.

Hij was erg lekker, de broccolisoep. Het beste compliment kwam van manlief: 'Lekker, het smaakt nauwelijks naar broccoli.' Daar heb ik nog geprobeerd mijn zonen mee over de streep te halen, maar ze trapten er niet in. Ik ben geen keukenprinses, maar dit was zo makkelijk, lekker en gezond dat ik het met een ieder wil delen.

Stap 1 Wat heb je nodig?


Olie
Aardappel
Ui
Bouillonblokjes
Knoflook
Roomkaas
Broccoli

Stap 2 Bereiding

Fruit de knoflook
en de ui (tot-ie glazig wordt inderdaad)
 in een wok.

Voeg de klein gesneden broccoli
toe en wat water en de bouillonblokjes.
Oja, ook de aardappel (in stukjes)



Als alles gaar en zacht is,
stampen maar
(of beter: gebruik een blender)!



Na toevoeging van een driekwart
tot half kuipje roomkaas
ziet-ie er zo uit. 



Ja en dan is de soep wel zo'n beetje klaar. Opdienen, bruine boterham met kaas erbij en genieten maar!