maandag 15 juli 2013

Bloginterview door @marysjabbens

Zondagmiddag, stralend weer en ik zit binnen een interview te geven. Maar dat geeft niets, want volgens mij vind ik dat leuker dan zinloos in de tuin hangen.

@marysjabbens ken ik van twitter. Ze vroeg mij mee te doen aan een bloginterview. De vragen zijn dus van haar. De antwoorden van mij.

Wil je je even voorstellen?
(Ik zie ineens dat ik geen informatie over mezelf op deze blog heb staan. Dat komt op mijn 'te-doen-lijst'.) Ik ben Anneke van Bostelen. Moeder van drie zonen van  11, 9 en 4 jaar. Geboren op zesentwintig september negentienhonderdzeventig. Ik heb Nederlands gestudeerd en ben een groot taalliefhebber, maar geen taalpurist. Ik vind het vooral interessant wat je met taal kunt doen, hoe je er mee kunt spelen, wat je er mee kunt bereiken, wat het met mensen kan doen, welke invloed het op de samenleving heeft. En ook de combinatie beeld en taal heeft mijn belangstelling. Ik hou nog een blog bij waarbij dit duidelijker naar voren komt: www.letterkundig.blogspot.nl. Een blog over letters in alle soorten en maten.


Wat is de reden dat je bent gaan bloggen?
Ik wil schrijven, ik moet schrijven, ik heb een drang om te schrijven. Waarschijnlijk omdat het mijn gedachten ordent, beter dan wat dan ook. En misschien wil ik ook gewoon wel creëren. Want naast schrijven, teken en fotografeer ik ook graag (maar veel te weinig). Ik ben pas gaan bloggen toen ik ben gaan twitteren, ik vond dat je met een reden moest twitteren. Dat vind ik nu allang niet meer, maar in 2010, toen ik met mijn andere blog begon, nog wel. Ik kreeg na een tijdje het gevoel dat ik over meer onderwerpen wilde schrijven en bloggen en ben in een opwelling deze blog begonnen, met een vreselijk slechte naam. De gedachte is dat ik schrijf over wonen (ik verslind woonbladen en wil stiekem stilist worden). Werken (of het gebrek aan werk, zoals nu het geval is). En waarderen (dat is nogal een breed begrip, het omvat alles wat ik kan waarderen). In de praktijk gebruik ik de blog om te schrijven over wat mij persoonlijk bezighoudt.


Hoe lang blog jij al?
Sinds augustus 2010, meen ik. Deze blog heb ik sinds begin 2012.  Ik had het trouwens veel eerder moeten doen.

Hoe vaak blog jij?
Dat verschilt, van dagelijks tot aan halfjaarlijks. Ik wil eigenlijk elke dag wel iets schrijven, maar dat lukt in de praktijk niet. En soms 'vergeet' ik het een tijdje en zijn er zo weer een paar maanden voorbij. Dan volgt de periode dat ik me schuldig ga voelen en boos op mezelf ben ('Waar is je zelfdicipline? Dit is toch wat je wilt? Waarom doe je er dan niks aan?') Maar het gebeurt ook dat ik lastig vind om over iets te schrijven, terwijl ik het wel graag wil delen. Zo heb ik al een paar stukjes geschreven, maar niet gepubliceerd.

Heb jij vaste tijden waarop jij je blog schrijft?
Nee. Vaak 's avonds, soms op de dag. Soms als de jongste stilletjes op de Ipad zit en ik alleen even mijn mail wil checken en dan snel, snel een stukje ga schrijven, wat altijd langer duurt dan ik wil, waardoor ik me weer schuldig ga voelen, omdat hij dan nog steeds op de Ipad zit in plaats van verantwoorde puzzels zit te maken...


Heb je altijd een thema of idee waarover je wilt bloggen of komt dat pas als je er voor gaat zitten? 
Soms wil ik gewoon schrijven om het schrijven. Maar vaak weet ik van te voren wel dat wat in mijn hoofd borrelt, al dagenlang, er uit moet. Dan heb ik al halve zinnen gevormd, een opbouw gemaakt en de boel gestructureerd.

Blog jij over alles?
Nee, ik vind niet alles leuk en interessant. Maar ik houd me bij deze blog niet echt aan een strak thema. (Bij mijn andere blog uiteraard wel. Dat is overigens wel makkelijker.) Ik blog alleen wat mij bezighoudt en dat kan van alles zijn. Maar ik heb ondertussen ook al weer ideeën voor nog zo'n 10 andere blogs. Misschien dat ik daar ooit nog eens tijd voor vind...

Hoe zou je jouw blogs omschrijven?
Mijn andere blog is een puur informatieve en vermakelijke blog over letters. Deze blog is persoonlijker en voelt kwetsbaarder. Maar dat komt omdat ik hier meer van mezelf laat zien en over mijn kinderen schrijf. Ik vind dat een moeilijke combinatie, omdat ook zij kwetsbaar zijn en jong en recht op privacy hebben.Terwijl ik een sterke behoefte heb om te schrijven over mijn worstelingen en wat ik tegenkom in mijn zoektocht naar begrip en erkenning. En ik merk dat ik ook anderen kan helpen met wat ik schrijf. Tot nu toe heb ik (bijna) alleen geschreven over de jongste die ESM heeft. (Dat staat voor Ernstige Spraak Moeilijkheden.)


In hoeverre en waarom houd jij rekening met jouw lezers, of doe je dat helemaal niet?
Ik schrijf een blog om te kunnen delen, ook met vreemden. Anders zou ik het bij brieven kunnen houden. Of een dagboek. Ik probeer het dus goed leesbaar te maken. Ik probeer om geen taal- en typefouten te maken. Maar ik schrijf toch ook voor mezelf, op de manier die ik fijn vind. Het is een beetje dubbel dus.

Zijn er onderwerpen waarover je wilt schrijven maar het nog niet durft/wil/kan?
Ja. Dat gaat met name over mijn twee andere kinderen die ouder zijn. Er liggen al een paar stukjes klaar, maar ik twijfel. Het is internet, het blijft voor eeuwig in dat wereldwijde web hangen. Het baat misschien wel, maar schaadt het dan ook?


Hoe belangrijk zijn de statistieken voor jou?
Voor deze blog houd ik ze niet zo bij, ik kijk er wel eens naar, maar het is niet zo spectaculair. Op mijn andere blog kijk ik er vaker naar. Ik was vorig jaar blij verrast toen er na een melding in een nieuwsbrief op een dag een paar duizend mensen hadden gekeken. Dat streelt toch wel.

Op wat voor manier en waar, maak je kenbaar dat je een nieuw blog hebt geschreven? 
Zodra ik mijn blog heb gepubliceerd, druk ik op het Twittericoontje en deel het op Twitter en daarna op Facebook. Op Twitter deel ik het soms (maar ik vergeet het vaak) een aantal keer. Op Facebook maar een keer. Ik heb wel eens wat geprobeerd met automatische Twitterberichten, zodat ik het niet meer vergeet en zodat ik het op betere tijden dan 23.34 uur 's avonds, kan plaatsen. Maar dat is me (nog) niet gelukt. Ik moet me daar maar eens in gaan verdiepen. Google+ heb ik wel, maar snap ik niet. En ik heb een paar trouwe volgers met hun icoontje op mijn blog staan. Dat wil ik ook bij andere blogs, maar ik weet nog steeds niet hoe dat moet.


Ben je tevreden over jouw site?
Nee joh. Ik blog met het gratis Bloggerprogramma, maar ik wil natuurlijk een gelikt www-adres hebben. De naam is drie keer niets  Ik kan het uiterlijk wel veranderen, maar daar ben ik dan zo lang mee bezig en ik twijfel dan steeds over de lettertypes en de kleuren en de lay-out... Ik ben niet volledig (die bio die ontbreekt), ik blog te weinig en niet regelmatig. Maar ach. Aan de andere kant ben ik blij dat er zulke gratis blogprogramma's bestaan met een voorbedachte lay-out voor mensen die weinig tijd en sjoege hebben. Die naam verander ik nog wel een keer en ooit blog ik gewoon elke dag.

Wat vind je van de reacties van lezers op jouw blog? 
Ik vind het heel fijn om reactie te ontvangen. Als je dan eenmaal klaar bent met je verhaal en het de wereld instuurt, wil je natuurlijk wel weten wat men er van vindt. Ik krijg de meeste reacties op mijn verhalen over Pepijn. Dat is logisch, maar ook fijn. Mijn eerlijkheid en openheid wordt gewaardeerd. En soms help ik er iemand mee die met hetzelfde worstelt.



Wat ontzettend goed idee dit bloginterview! Het is leuk om te doen en ik leer me zelf ook weer een beetje kennen. Want ik weet nu beter dan ooit dat ik meer wil schrijven, dat ik al die ideeën die ik in mijn hoofd heb echt vorm wil gaan geven (nou ja, minstens de helft) en dat ik er echt eens voor moet gaan zitten om de site mooier te maken. Ik heb wel een soort neiging om een virtueel stokje door te geven aan een andere blogger. Maar dat is de taak van Mary. :-) Neem ook eens een kijkje op haar site (www.marysjabbens.nl/en lees dit maar eens.

dinsdag 2 juli 2013

Het verborgen hart van de gerbera



De gerbera is een bloem. Een bloem zoals een bloem hoort te zijn. Een hart in het midden, veel blaadjes er om heen. Een bloem die je als kind tekent. De bloem der bloemen. De oerbloem.





De gerbera is er in vele kleuren. Snoeperige, felle kleuren. Rood, oranje, geel, knalroze. Het is net of ze gemaakt zijn van E-nummers.

De gerbera is een statige bloem. Met een lange stevige bladloze steel. Hij reikt naar boven, naar het zonlicht.


De gerbera is een populaire bloem. Je koopt ze per stuk of in een bosje van 10. Thuis pak je verschillende hippe vaasjes, een dienblad en verdeelt de bloemen over de vaasjes en zet ze op het blad. Een snel, makkelijk en goedkoop stylingidee. Staat altijd goed en mislukt nooit.


De gerbera is een vrolijke bloem. Een oppepper op sombere dagen. Altijd goed voor een glimlach op je gezicht.


Ik vind alleen de naam gerbera niet zo mooi. Te grof, te lomp. Ik moet dan denken aan kaplaarzen in modderpoelen, stamppot met worst en makkelijke korte grijze haren onder een regenkapje. Daar is niets mis mee, maar het past niet bij deze bloem. Zij verdient een meer sierlijke en tegelijk vrolijke naam. Zij verdient het ook dat ze als voornaam kan worden gebruikt, zoals haar vriendinnen Iris, Madelief en Roos. 



Ik kreeg een bosje oranje gerbera's van Albert. Gratis. Anders gooide meneer Heijn ze weg. Ze stonden uiteindelijk ruim twee weken lang in verschillende vaasjes op een dienblad in de kamer. En toen gebeurde er iets moois.



In een uitgebloeide gerbera zit een blaasbloem verborgen. Dat wist ik niet, net als bij de paardebloem komen er parachuteachtige zaadjes te voorschijn. Prachtige pluizige sterretjes.












Ik heb de bloemen uitgeplozen en bewonderd. En uiteindelijk tientallen wensen in een flesje gestopt. Om te bewaren. Of om weg te geven.



Ik wens je een fijn en gelukkig leven vol bewondering voor de kleine dingen.





zondag 23 juni 2013

Pepijn - 2

Pepijn heeft een ernstige spraakachterstand. Hij is vier jaar, maar praat als een tweejarige. Korte zinnen, kromme woorden. Maar hij gaat vooruit. Stapje voor stapje. Hij maakt prachtige zinnen die alleen hij kan maken: 'Papa douche in', antwoordde hij toen ik vroeg waar zijn vader was. En toen ik hem wilde helpen met zijn schoenen aan doen, zei hij: 'Pepijn kanne zelf mij.' Af en toe pakt hij mijn gezicht beet en fluistert dan: 'Mij pepe?' Dat is zijn manier om te vragen of hij op de Ipad mag. Hij oefent op onze moeilijke voornamen: 'Anke' (dat ben ik), 'Nin' (broer Finn), 'Jui-jou' (broer Julian) en soms zelfs 'Juu...jie...jan' en 'Daanjel' (papa Daniel). En hij riep zomaar: 'Henk!' toen opa langskwam. Geheel foutloos!

Hij kan en wil ook steeds meer vertellen. Wat hij ziet op straat: 'Mama, mij poes zien.' en 'Koekoch, wart wit Koekoch, ekker!' (Een zwart met witte vogel: een ekster!) Wat hij meemaakt op school. Wat hij ziet op televisie. Elk rupsje, miertje en piepklein spinnetje moet ik komen bekijken en hij wil weten wat het doet, waar het naar toe gaat, wat het eet. Met zijn begrip en met zijn verstandelijke vermogens is niets aan de hand. Hij is wat dat betreft een gewone kleuter vol levenslust en ontzettend leer- en nieuwsgierig naar de wereld om hem heen.

Maar het is soms nog lastig. Er valt zoveel te zien. En er valt zoveel in te halen. Al die jaren dat hij zich niet goed kon uiten moeten worden ingehaald, zo lijkt het wel. Dus hij praat en kletst en roept en schreeuwt. En de zinnen beginnen steeds opnieuw. Hij kan er nog niet goed bij. Hij weet wel wat hij wil zeggen, maar het opbouwen van een zin is nog zo moeilijk. Dus hij wijst naar de spullen in het boodschappenkarretje en zegt: 'Die worst niet inne... die kaas niet... die worst niet inne huis, die kaas niet inne... die worst niet inne huis, die kaas niet inne huis, die appels niet inne huis!' En ik antwoord dan heel geduldig: 'Inderdaad schat, de worst was op, de kaas was op en de appels waren ook op. Dus die halen we nu weer in huis.'

In diezelfde supermarkt moest hij schaterlachen om die gekke hamsters die hij overal zag en die zelfs in autootjes reden op de reclameborden. Hij wees er naar en ik moest ze allemaal met hem bekijken. In zijn enthousiasme werd zijn stem harder en scheller en omdat hij nog zo moeilijk uit zijn woorden kan komen, duurde het lang voordat hij alles had benoemd.

Ineens zag ik dat er een jonge vrouw naar me toe liep. Ze keek geïrriteerd. 'Waarom schreeuwt hij zo?',vroeg ze aan me. Ik was overdonderd. 'Eh, hij is enthousiast', antwoordde ik. Ze snoof luidruchtig en afkeurend, draaide zich om en beende weg.

Daar stond ik. En in een fractie van een seconde zag ik het ook. Een schreeuwend kind. En een moeder er naast die er niets van zegt. Ik kreeg een brok in mijn keel van machteloze woede.

Voor haar was het een vervelend incident. Een schreeuwend kind tijdens het boodschappen doen. Ik stelde me voor hoe ze 's avonds tegen haar vriend zou zeggen: 'En niemand die daar wat van zegt, hè. Dat durven ze niet. Nou, ik heb het mooi wel gedaan. Echt niet te geloven hoe dat kind stond te schreeuwen. Hij was al best groot. Niet meer twee jaar of zo. En die moeder zei er helemaal niets van. Moet je nagaan hoe dat joch is als hij een jaar of tien is! Hij is gewoon nu al verpest!'

En ik zit er mee. Zelfs dagen er na maak ik me er nog kwaad over. Zij weet niets van mij en mijn kind. Zij oordeelt zonder te willen luisteren. Want o, wat had ik haar achteraf graag vertelt over zijn handicap en hoe blij ik was dat hij nu eindelijk ging praten. En dat dat nog wat hard en onbeheerst klinkt, neem ik voorlopig op de koop toe. Ze heeft het recht niet om mij zo aan te spreken en geheel overdonderd en verdrietig in de supermarkt te laten staan.

'Je moet je niet zo druk maken', zei Daanjel. Hij heeft natuurlijk gelijk. Ik heb het van me afgeschreven. .



maandag 10 juni 2013

Recht

Een paar keer per week zie ik haar fietsen. Een kloeke dame. Lange grijze haren. Een lange zwarte rok. Ze fietst hard. Ze heeft altijd haast. Ze fietst alsof ze altijd tegenwind heeft. Haar lange lichaam buigt zich bijna over het stuur heen. Ze trapt hard. Ze kijkt niet om zich heen. Haar grijze vlecht wappert in de wind. Haar naakte ogen zijn op de weg gericht. Haar mond is een streep. Ze lijkt op een man.

Ik weet niet wie ze is. Ik weet niet waar ze heen gaat. Of dat ze misschien niet heen maar terug gaat. Ik  denk alleen te weten dat ze in God gelooft. En dat ze hard werkt. 

Als ik haar zie fietsen aan de overkant van de weg, glimlacht mijn hart. Niet om het ouderwetse beeld. Niet om haar bijzondere verschijning. Maar omdat het beeld me geruststelt. Ze is zo echt. Zo puur. Ze trekt zich nergens iets van aan. 

Een paar minuten later sta ik bij net schoolplein. En kirren de moeders met elkaar. Ik geloof niet dat zij dat ooit zou doen. 

woensdag 20 maart 2013

Pepijn




Morgen wordt onze Benjamin vier jaar. Weg peuter en hallo kleuter. Vier jaar is een mijlpaal. Vanaf dat moment ben je 'rijp' voor school. Ik weet nog heel goed dat Julian en Finn naar school gingen. Ze waren er aan toe. Hoe anders ligt dat met Pepijn.

Pepijn heeft ESM. Dat klinkt best erg. En zo heel erg is het nu ook weer niet. ESM staat voor Ernstige SpraakMoeilijkheden. Hij heeft een behoorlijke taal/spraakachterstand. In de praktijk betekent het dat hij praat op het niveau van een twee en een half jarige. Ongeveer. Hij maakt zinnen, maar die bestaan uit enkele woorden. En die woorden spreekt hij ook nog eens vaak verkeerd uit. Hij kan niet echt vertellen wat hij heeft gedaan op school. Of wat hij onderweg heeft gezien. Of wat hij graag voor zijn verjaardag wil. Hij kan niet echt spelen met leeftijdsgenootjes, want die begrijpen hem niet. Pepijn kan dan ook niet naar regulier onderwijs. Hij zou simpelweg verdrinken in een klas met 25 tot 30 kinderen. Hij kan niets vertellen in de kring. Hij kan niet meedoen met veel activiteiten. En hij kan alleen aan de juf duidelijk maken dat hij in de bouwhoek wilt spelen als ze veel geduld en vooral veel tijd voor hem heeft. Dat eerste heeft een kleuterjuf waarschijnlijk wel, maar het tweede niet.

We zijn bezig om een rugzak aan te vragen voor hem zodat hij naar speciaal onderwijs kan. Gelukkig bestaat er een basisschool hier in Alphen voor kinderen met deze problematiek. Er is zelfs al een speciale peutergroep opgericht waar Pepijn nu ook al drie dagdelen naar toe gaat. Daar zitten speciaal opgeleide medewerkers, een logopedist en een orthopedagoog. Daar wordt langzaam gesproken en wordt de taal ondersteund met tal van gebaren. Het is ontzettend veel werk om een rugzak (eigenlijk: een cluster 2-indicatie) aan te vragen. Veel testen, rapportages en andere verslagen moeten worden afgenomen en ingevuld. Maar die hobbel is genomen en nu is het afwachten.

Pepijn krijgt goede begeleiding. Wij zijn als ouders op cursus om ook de gebaren te leren die hem in zijn taal kunnen ondersteunen. Er is een goede kans dat hij op de juiste plek goed onderwijs gaat krijgen. Pepijn lijkt tot nu toe niet echt te lijden onder zijn taalgebrek. Hij is er zelden boos of gefrustreerd onder. Hij gaat enorm vooruit en leert elke week veel bij. Maar toch...

Toch blijft het bij mij knagen. Waar komt deze achterstand vandaan? Zijn het gewoon een paar hersenonderdeeltjes die wat laat zijn met verbinden? Of is het meer? Is dit een voorbode voor bijvoorbeeld ernstige dyslectie? Of is het nog meer?

Ik heb een tijd gedacht dat Pepijn niet alleen achter liep met praten, maar met veel meer dingen. Een van de vereisten om een rugzak te mogen aanvragen is een iq-test. Mocht het iq namelijk te laag zijn, dan hoort dat kind op weer ander onderwijs thuis. Pepijn heeft ook deze iq-test gedaan. Mijn lichte vrees dat hij laag zou kunnen scoren, was niet terecht. Pepijn scoorde juist behoorlijk hoog. Hij zit daarmee op een zgn. 'begaafd' niveau en kan bepaalde opdrachten aan die een gemiddeld kind pas een klein jaar later zou kunnen.

Maar in het gesprek met de orthopedagoog die de test had afgenomen, kwamen ook andere zaken voorzichtig naar voren. Pepijn was weliswaar een harde werker, liet zich niet snel afleiden en kon goed geconcentreerd bezig zijn, er was ook moeilijk tot hem door te dringen. Hij bleef lang hangen in een denkfout en hij maakte nauwelijks (oog)contact. Ze liet heel voorzichtig de term autisme vallen.

Kort daarna had ik een gesprek over de eerste weken van Pepijn in de peutergroep. En ook daar werd voorzichtig aangekaart dat Pepijn erg in zijn eigen wereld kan zijn, dat hij vaak pas echt luistert of opdrachten uitvoert als je hem persoonlijk aanspreekt en aanraakt. Dat hij geen contact maakt met de andere kinderen uit de groep. Dat hij vaak niet meedoet met de liedjes. Dat hij je niet aankijkt. En ook daar werd heel voorzichtig geopperd dat autisme mogelijk zou kunnen zijn.

Daarna sprak ik een psycholoog die een hele boute uitspraak deed: 'Een hoog iq en een taal/spraakachterstand? 90 tot 95 % sprake van autisme.'

En daar worstel ik nu mee. Het is net of ik Pepijn door een andere bril bekijk. Alsof er een laagje over het beeld wat ik van hem heb is gelegd. Een grauwig laagje dat ik steeds weg wil poetsen, maar dat steeds terugkomt. Alsof er een andere mannetje in hem gekropen is.

Ik ben niet gek. Ik google. Of misschien ben ik wel gek en zou ik niet moeten googlen. Maar ik weet inmiddels redelijk wat over autisme. Het zijn niet allemaal 'Rain Mans'. Er zijn verschillende vormen en er zijn daarbinnen ook weer verschillende kenmerken. De een heeft dit sterker en de ander dat sterker. Er is wel degelijke en gevoelsleven, juist een heel rijk, gecompliceerd gevoelsleven en je kunt wel contact krijgen. Het is niet erg en niet zielig en je kunt er gewoon honderd mee worden.

Maar ik ben bang.

Bang voor de toekomst. Bang voor mijn eigen gevoelens. Bang hoe men tegen hem aan kijkt of aan gaat kijken. Ik ben bang dat het leven complex wordt voor hem. Dat hij geen raad weet met de wereld om hem heen. Dat hij koste wat het kost controle wilt houden, dat hij ongelukkig zal zijn en … STOP! Hij is nog steeds maar drie jaar. Hij is een blij, gelukkig, vrolijk mannetje vol fantasie. Hij geniet van kleine dingen om hem heen. Hij knuffelt met al zijn dierbaren en speelt eindeloos met van alles en nog wat. Hij wordt blij van muziek en danst erop. Hij maakt vrolijke tekeningen, hij helpt met kleine klusjes, hij is trots als hij zelf iets kan.

Er is geen diagnose gesteld. En ik denk dat dat voorlopig ook nog niet zal worden gesteld. Pepijn zijn eerste prioriteit is om goed te gaan praten. Onze prioriteit is om hem daarbij te helpen en om zichzelf te mogen en kunnen zijn. Want hij is fantastisch zoals hij is.





woensdag 13 juni 2012

Serieuze peuterpraat

Oké, het duizelt mij een beetje. Voorschool, extra logopedie, integrale vroeghulp, molenspreekuur, weerklank, consultatiebureau, huisarts, kno-arts, peuterspeelzaal... Allemaal instellingen en instanties waar ik met mijn peuter naar toe moet of waar ik informatie over opvraag of waar ik over nadenk of waar ik advies over krijg. Mijn peuter blijft namelijk behoorlijk achter in zijn spraak. Dat heb ik allang geleden geconstateerd, maar eerst werd het weggewuifd ('Hij praat de rest van zijn leven nog' of 'Hij is nog zo klein, het komt vanzelf wel') en daarna kreeg ik toch het advies om logopedie te gaan volgen, maar o, wat zijn die wachtlijsten lang! Nu heb ik a.s. vrijdag wéér een gesprek met het consultatiebureau. Ik kreeg een oproep voor het consult van drie jaar, zo'n drie maanden ná zijn derde verjaardag op 20 juni. Dat vond ik te laat wat betreft het gedeelte spraak. Als er dan iets geregeld moet worden, zijn alle instellingen en instanties voor minimaal twee maanden gesloten (immers: GROTE vakantie). Dus ik heb gebeld en gevraagd aan het lieve meisje van de klantenservice of ik eerder een gesprek zou kunnen hebben voor zijn spraak. Dat kon. Ze zei er alleen niet bij dat de afspraak op 20 juni geannuleerd werd en dat peuter óók gewogen, gemeten en getest werd. Zucht. Dáár had ik 'ukkepukje-ik-vind-alles-wat-nieuw-is-heel-eng-en-ik-ga-zeker-NIET-meewerken' niet op voorbereid. De paniek in zijn ogen toen hij uiteindelijk gedwongen werd te liggen om opgemeten te worden, dat nooit meer. Ik weet nu wel hoe lang hij is (99 cm), maar niet hoe zwaar. (En dat laat ik maar zo.)


Het gesprek met de wijkverpleegkundige viel ook erg tegen. Ze was best lief, aardig en welwillend. Maar ook wat onwetend, niet daadkrachtig en wat vaag. Ik kwam daar voor antwoorden welke kant ik op moet met peuter, de tijd begint immers te dringen. Ik ging weg met een nieuwe afspraak met de arts (die het beter kan beoordelen. Had dát nu even eerder bedacht!) en ik moest een vragenlijst invullen waaruit zij zouden kunnen opmaken of hij in aanmerking zou kunnen komen voor extra onderzoek. Ofzo. Ik knikte welwillend. Een vragenlijst leek me prima. Ik dacht aan een lijst waarop ik aan moest geven hoeveel woordjes hij kent, hoe zijn taalontwikkeling tot nu is geweest, of hij al zinnetjes maakt, wat hij wel en niet begrijpt. Maar het bleek te gaan om een paar vragen op een formuliertje die ik ook thuis had liggen en die met name ging over zijn slaap-, speel-, eet- en poepgedrag. Ik heb dat formulier ter plekke binnen drie minuten ingevuld. Dat ligt nu in zijn dossier en het zal me niet verbazen als dat er gewoon niet meer is. Ik zag al snel dat alleen zijn spraak achter blijft en zijn gedrag niet anders is dan bij een andere peuter. Volgens het consultatiebureau geven ze punten hij elke 'afwijking' en extra punten als je daar als ouder zorgen over maakt. Ik ben bang dat hij niet genoeg punten heeft gescoord om doorverwezen te worden...

Pas op de fiets terug naar huis, drong het goed tot me door dat ik níets was opgeschoten met het gesprek. Er is geen actie ondernomen, er is niet met mijn kind gepraat, er is niets geconstateerd. Het magere resultaat was dat ik een nieuwe afspraak had vijf dagen vóór de oorspronkelijke afspraak.


Morgen is het vrijdag, de dag van de afspraak. Ik hoop dan veel antwoorden te krijgen. Wat moet ik doen met mijn mannetje? Kan hij naar een voorschool of zijn de wachtlijsten té lang? Is er een andere school of instantie waar hij terecht kan? Moet hij onderzocht worden? Moet de logopedie intensiever worden? Soms denk ik dat hij ook wat achter loopt in zijn ontwikkeling. Komt dat door zijn gebrekkige communicatieve vaardigheden of niet? Komt dat door de vergelijking met zijn broers, die wél snel waren met praten en andere vaardigheden? Waren zij gewoon echt heel snel en voorlijk en is peuter wat langzamer waardoor het lijkt of hij achterloopt? Wat moet een kind van drie jaar en drie maanden eigenlijk al kunnen? En als er iets ondernomen wordt, moet ik dan van hot naar her met mijn kind? Het is een sensitief kereltje die erg moet wennen aan nieuwe mensen en situaties, voor je het weet ben je weer een paar weken verder eer je zijn vertrouwen hebt en resultaat kunt boeken....

Kortom, ik hoop en verwacht morgen veel antwoorden te krijgen. En dat er actie wordt ondernomen. Na de vakantie duurt het nog maar een half jaar voor hij naar school gaat. Dat is weinig tijd, erg weinig tijd. Kijk maar eens hoe snel de afgelopen drie jaar zijn gegaan:


vrijdag 8 juni 2012

Waarderen: het lelijke eendje

Mijn jongste zoon van drie heeft heel veel boeken. Zijn kast puilt uit, ze liggen op de grond, in een hoek en in zijn bed. Er zitten hele verantwoorde boeken bij. De 'must-haves' voor elke peuter, zeg maar. Literaire juweeltjes zijn het, met tekeningen van dé beste illustrators, geschreven door dé kinderboekenschrijvers uit binnen- en buitenland. Ik noem een Thé Tjong Khing, een Max Velthuis, een Fiep Westendorp, een Jet Boeke, een Annie M.G., een Eric Carle. 


Maar er zitten ook hele simpele boekjes bij. De boekjes die voor een paar stuivers bij het Kruidvat liggen of bij zo'n boekwinkel die alles opkoopt wat los en vast zit en dat vervolgens in goedkope panden met veel tl-verlichting dat weer probeert te verkopen. Boekjes die je even makkelijk in je tas stopt voor onderweg, als klein cadeautje voor een lange autorit of gewoon omdat je sowieso van boeken houdt en je je kind ook zoveel moois gunt. 


Eén van die goedkope boekjes is 'Het lelijke eendje'. Inderdaad, van dat sprookje. Het is een 'droomsprookjes kartonboek'. Kartonnen boekjes zijn heel fijn en handig voor peuterhandjes, ze gaan niet snel kapot en de bladzijden sla je heel gemakkelijk om. 



Op de voorkant staat een verdrietig eendje die de rug toegekeerd krijgt van moeder Eend en haar kuikens, maar boven hem slaat moeder Zwaan liefdevol en beschermend haar vleugels om hem heen. Kortom, een prachtig boek, mooie felle kleuren, fijne illustraties. Peuter pakt het boekje best vaak uit de kast. 

Ik koester dit boekje dan ook behoorlijk. En niet alleen vanwege het formaat, de illustraties, de kleuren en het klassieke verhaal. Het gaat mij vooral om het verhaal dat verteld wordt. Of liever gezegd, de manier waarop het verhaal verteld wordt. Lees mee en huiver. Het is werkelijk enorm hilarisch. Je moet even in je achterhoofd houden dat dit een boekje is voor peuters. Voor twee- en driejarigen. En al veel minder voor bijvoorbeeld vier- en vijfjarigen, waarvoor die kartonnen exemplaren vaak niet meer bedoeld zijn. Twee- en driejarigen hebben een beperkte woordenschat. Ze houden van kleine, simpele verhalen, Met weinig woorden en veel illustraties. Ze luisteren vaak niets eens echt naar het verhaal, maar wijzen op de bladzijden dingen aan die zij mooi vinden, een poes, een bloem of een auto. Goed, dat beeld heb je nu in je hoofd. 



Daar komt de tekst uit dit boekje (inclusief de taalfouten):

In een hoek op de het erf van een boerderij waren kleine eendjes geboren. Zij kwamen uit de  opengebroken eieren...maar...daar was een kleine...die staande voor moeder eend haar erg verbaasde. Zij zei: "Wat ben jij lelijk, mijn zoon!" Zijn broertjes bespotten hem en lachten hem uit om zijn lelijkheid. Hij was zo verschillend van de anderen dat zij het nodig vonden om te zeggen: "Hé jij! Ga weg hier vandaan. Je bent te lelijk om tussen ons te verblijven." Niemand vind mij aardig. "Ik ben zo lelijk!', Zei de kleine eend, starend in zijn spiegelbeeld in het water van het meer. De dagen gingen voor het eendje al huilend en eenzaam voorbij. Op een dag zag het kleine eendje een moeder zwaan in de rivier, met haar kleine zwaantjes. "Wat zie ik nu," sprak hij. "Zij lijken sprekend op mij." Het was werkelijk een schitterende verrassing voor hem. Weldra werd hij omringd door zijn nieuwe vriendjes. Moeder Zwaan kwam uit nieuwsgierigheid dichterbij en  trok zich het lot van het in de steek gelaten jonge eendje erg aan. Daarom vroeg ze hem zich bij hen te voegen. Hij was geen lelijk eendje meer. Hij was een schitterende en gelukkige zwaan. Nu begreep hij waarom hij toen hij jonger was zo verschillend was van hen waarvan hij dacht dat het zijn broers waren.'


Zijn het geen prachtzinnen? Er worden werkelijk schitterende woorden gebruikt om dit verhaal te vertellen. Vooral de laatste zin is een heerlijk toetje. Een echte uitdaging voor een ouder van een peuter. Ikzelf moest de laatste zin een keer of wat overlezen eer ik goed en wel begreep wat er stond, maar dat mag de pret niet drukken. Dat ligt waarschijnlijk aan mij en mijn ongeletterdheid. 



Nu weet ik waarom het boekje zo goedkoop was (0,89 eurocent). Ik vind het gewoon jammer dat ik de andere sprookjes uit deze serie niet heb. Ik ben zo nieuwsgierig hoe het taalgebruik daar is. Dit boekje mag nooit weg. Het is zo hilarisch, de plank is hier zo misgeslagen dat het heel erg grappig is geworden. Ik ben ook altijd weer blij als peuter dit boekje kiest. Ik mag de zachtjes voor mezelf de zinnen weer lezen en kan dan een lach niet onderdrukken. Ondertussen geef ik aan peuter mijn eigen simpele versie van het sprookje. En wijs hem op het vlindertje, het rupsje en de bloemetjes.